Naamvallen auf Deutsch übersetzen

Babylon 10

Die beliebteste Übersetzungs-Software

Jetzt downloaden – kostenlos

Ausgangssprache

Zielsprache

Human Translation

Übersetzen



mannelijk: der, des, dem, den / ein, eines, einem, einen
vrouwelijk: die, der, der, die / eine, einer, einer, eine
onzijdig: das, des, dem, das / ein, eines, einem, ein
meervoud: die, der, den, die / keine, keiner, keinen, keine
-
Het Duits kent vier naamvallen:

1e Naamval (nominatief)

Het onderwerp en het naamwoordelijk deel van het gezegde staan in de 1e naamval:
Der Lehrer geht nach Hause. - De leraar gaat naar huis.
Die Lehrerin ist eine nette Frau. - De lerares is een aardige vrouw.

Voor de 2e, 3e en 4e naamval geldt dat ze bij bepaalde voorzetsels of werkwoorden staan. Verder komen deze naamvallen in de volgende functies voor:

2e Naamval (genitief)

Deze naamval geeft een relatie aan (bezit, ergens bijhoren, familierelatie e.d.). De 2e naamval kan dan ook vaak worden vertaald met ‘van de’, ‘van het’ of ‘van een’:

die Mutter des Kindes -
de moeder van het kind
das Dach eines Hauses - het dak van een huis
In de schrijftaal wordt de 2e naamval nog veel gebruikt, in de spreektaal wordt de vorm echter vaak vervangen door von.

3e Naamval (datief)

Het meewerkend voorwerp staat in de 3e naamval:
-
Ich gebe meiner Oma Kuchen und Wein. - Ik geef cake en wijn aan mijn oma.
Ich schicke dem Manne einen Brief. - Ik stuur de man een brief.

4e Naamval (accusatief)

Het lijdend voorwerp en tijdsbepalingen zonder voorzetsel staan in de 4e naamval:


Ich liebe meine Schwester. - Ik hou van mijn zus.
Sie kommt jeden Tag. - Ze komt elke dag.



Translate the Niederländisch term naamvallen to other languages